vrijdag 5 juni 2009

Een late uitgave van Piet Paaltjens' Snikken en Grimlachjes

De grote onbekende
"Er zijn levensgeschiedenissen die zich uiterst moeilijk laten schrijven. Vooreerst dewijl ze zoo aandoenlijk zijn, dat men zich er niet mee kan inlaten, of men moet het uitsnikken van ontroering; en dan, omdat ze bijna geheel in den nacht der vergetelheid begraven liggen, — Van al zulke levensgeschiedenissen is de van PIET PAALTJENS de onbechrijfelijkste.
Men weet haast niets van hem, en wat men nog van hem weet, dat is hartverscheurend.
Wanneer is hij geboren en waar? Wie droeg hem onder haar hart en wie gaf hem als vader aan bij den burgerlijken stand? Bij wien lag hij schoolen in wat jaar deed hij het staatsexamen? — Op al die vragen kreeg nooit iemand antwoord."
Dit is de tekst op de eerste pagina van een LEVENSSCHETS, welke zich uitstrekt over de eerste tien tekstbladzijden na het blad met de titelpagina. Aan het slot staat de datering 24 oktober 1867 en de initialen F.H.

Mystificatie

Aan de gebruikte taal en stijl is af te leiden dat die tekst in het laatste deel van de negentiende eeuw is geschreven enerzijds bloemrijk, anderzijds — althans voor onze begrippen — enigszins gezwollen. En in dier voege is ook het commentaar dat degene die zich verbergt achter die twee hoofdletters, op de resterende tekstbladzijden geeft. Zo meldt hij dat hij in een bepaalde dichterlijke uiting van PP geen zedelijke strekking in vindt. Dan volgt er direct een sterretje, verwijzend naar een Noot onderaan de pagina. Daarin wordt ingegaan op allerlei aspecten van zedelijke kracht en meldt de schrijver van de Noot — die nota bene de zetter blijkt te zijn — dat hij "de verzen van den heer P. voor een goed geneesmiddel tegen den kwaal zelve waarvan zij de uitvloeisels schijnen te zijn" houdt, om te eindigen met een aanval op "huilerige en tandenknarsende rijmen in almanakken."

Nieuwe edities

Vier jaar daarna verschijnt een tweede druk van de Snikken en Grimlachjes en staat er in een voorwoord voor den tweeden druk een aantal regels met de ondertekening P. PAALTJENS, die meent dat het beter is dat de uitgever niet meerbij hem aanklopt om nieuwe verzen.
"Alzoo, beste heer ROELANTS, wilt ge nog wat van mij hebben, kom dan om — sigaren. Of neen — heb geduld: misschien dat ik u toch nog eens met een bundeltje verzen gelukkig maken kan, maar verzen van een anderen geest dan die mij als jongeling bezeten hield."
Dan volgt nog een blad met aan de ene kant een voorwoord bij de vierde druk. In 1881 meldt de uitgever, in weer een nieuwe uitgave, verheugd dat PP toestemming heeft gegeven nog een gedicht toe te voegen en in October 1895 worden in de zevende druk nog weer enkele gedichten, totaal 15 pagina's beslaand, toegevoegd.
Piet Paaltjens, annex François Haverschmidt (1835-1894) heeft het verschijnen van die dan — in ieder geval vooralsnog — laatste editie van de Snikken en Grimlachjes niet meer mogen beleven: hij is in januari 1894 overleden.

Praktische serendipiteit

Tijdens een van mijn bijna (werk)dagelijkse fietstochten met de hond, richting centrum van de Stad waarin ik ben geboren en nog immer woon, kom ik iedere keer in aanraking met kratten en dozen vol afgeschreven boeken, die voor de etalageruit van een in Stad en wijde ommelanden bekend antiquariaat staan. En niet zelden vind ik daar wel iets van mijn gading dat dan voor de somma van vijftig cent per stuk mee mag. Eerder deze week was de oogst bijzonder: bijna twintig boeken, waaronder twee van François Haverschmidt: het onderhavige en een bundel verhalen uit 1894 — Familie en kennissen. Meer daarover in een artikel op het cultuurweblog All art is quite useless van Rond1900.nl. Dat waren de twee enige uitgaven tussen al die nieuwe aanwinsten van de nog lopende week, welke betrekking hebben op de periode die wordt bestreken door deze cultuursite.

Een der laatste gedichten


AAN ADRIANUS ARENA ICtus

Een paar slotsnikken


I.
Waar zijn ze nu de tranen, JANUS, die er blonken
Achter uwe brilleglazen, wen we elkander, dronken
Van weemoed, half, en half van wijn, in de armen zonken?


En waar de zangen, die dan diep ons uit de longen
Door 't opgeschoven raam, den stillen nacht in, drongen:
Het "Mihi est", door niemand schooner ooit gezongen? (*)


Daar waar de zuchten bleven, die bij tusschenpoozen
Ik met den besten wil niet laten kon te loozen,
Gij weet het al te wel, om háár: "de bleeke roze".


En waar de schaterlach is heengerold, de blijde,
Dien al wat kennis had aan lachen u benijdde.
Zóo schaterlachen ze niet langer, ook te Leiden.


II.
't Gaat al voorbij. De dag zal komen, JANUS,
Dat het met u en mij voorgoed gedaan is.


Dan rijst en daalt de zon aan gouden transen:
Uw oog noch 't mijne vangt haar purpre glanzen.


't Sneeuwt bloesems; 't koren geelt, rood kleurt de heide:
Noch lentegroen noch herfstbruin zien wij beide.


Wieg golf en mastbosch vrij op de' âam der winden,
Hun zang niet meer ons oor zal open vinden.


Zacht zwelt de druif op Rijnsche en Fransche bergen:
Haar tintlend sap niet ons de tong zal tergen.


O JANUS, al die oud, fijne merken.
En andren slechts, dien zij het hart dan sterken.
_____


Dan volgen nog de afdelingen III. en IV.
Aan het slot de datering 1888.
__________


(*) Met Mihi est verwijst Paaltjens naar een befaamd drinklied uit de elfde eeuw: Mihi est propositum — In taberna mori.
____________
Afbeeldingen
1. Portret met signatuur van Piet Paaltjens. Deze, ten dele op fantasie berustende, beeltenis werd gerealiseerd door R.M. Schmidt Crans (Den Haag) voor de eerste druk van Snikken en Grimlachjes. Ook in de zevende editie van 1895 is deze afgedrukt tegenover de titelpagina en met een heel dun vloeipapiertje bedekt.
2. Voorplat van de zevende druk (1895) van de Snikken en Grimlachjes.

vrijdag 5 december 2008

Margarete Steiff en haar roemruchte teddyberen

Teddybeer
Welk redelijk verwend kind in de relatief welvarende westerse wereld kent ze niet, de beroemde Teddyberen met het metalen oormerk Steiff? Inmiddels zijn bijzondere exemplaren daarvan soms tot wel tienduizend pond sterling waard, en je ziet ze vooral weer opduiken in Engelse televisieprograma's over antiek en curiosa, zoals de voortreffelijke Antiques Road Show, bij de veelal irritante aflveringen van BBC One's Cash in the attic, een programma waarin de meest onverwachte voorwerpen opduiken, maar dat positieve element wordt doorgaans teniet gedaan door de bijna zonder uitzondering onmogelijke presentatrices en de weerzinwekkende geluiden op de achtergrond die de kwalificatie muziek zeker niet verdienen. En in het BBC Two-programma Flog it gaat het — afgezien van de taxateurs, die voortreffelijk werk verrichten en bijna altijd wel iets wetenswaardigs over Magarete Steiff weten te melden — worden de positieve elementen ook vooral overvleugeld door een hysterische presentator, die fysiek al te opdringerig met de mensen omgaat die voorwerpen inbrengen. Ook hij kan de meeste Steiff-speelgoeddieren inbrengende cliëntèle dikwijls iets over hun geliefde speelgoedbeest vertellen.

Biografische film
Die Margarete Steiff (1847-1909) was een voortvarende vrouw die erin slaagde een blijvend product van het fin de siècle te creëren, een vrouw die wist wat ze wilde en de hard heeft gevochten om haar doel te bereiken.
Het eerste Duitse publieke televisienet ARD/Das Erste zendt op vrijdag 5 december — tussen 23:30 uur en de nacht op zaterdag 6 december 01:00 uur — de zogeheten biopic met de naam van de protagoniste uit: Margarete Steiff. Het is Duitse film uit 2005, geregisseerd door Xaver Schwarzenberger, met Heike Makatsch als de gehandcapte Margarete Steiff. Andere hoofdrollen in deze rolprentzijn weggelegd voor Annika Luksch en Felix Eitner.
____________
Afbeeldingen
1. Teddybeer.
2. Margarete Steiff.
3. Heike Makatsch tijdens de Frankfurter Buchmesse 2005.
Zij speelt de rol van Margarete Steiff in de biopic over deze historische figuur.

maandag 20 oktober 2008

Een opvallend Nederlands sprookjesboekje van rond 1900

Kleurrijk
Een jaar of tien geleden vond ik tussen enig door een winkelier als oud papier bestempelde stapels boeken een Nederlands sprookjesboek in een relatief slechte staat, maar voor — mij duidelijk — van rond 1900, al wordt dat vermoeden, op basis van de illustraties, de druk en het gehele verdere voorkomen, echter op geen enkele wijze ondersteund door in de uitgave opgenomen gegevens. Zelfs een uitgeversnaam ontbreekt en vermoedens dienaangaande heb ik ook in het geheel niet, al lijkt het er veel op dat het om een niet-erkend bedrijf gaat.
Dat op zich hoeft geen negatieve betekentis te hebben, en die stelling houd ik overeind omdat ik zoveel fraai uitgegeven boeken ik in handen heb gehad die waren gerealiseerd door niet-erkende bedrijven.
Het zal dan ook niet eenvoudig zijn de oorspronkelijke uitgever te achterhalen. Mij lijkt het ook mogelijk dat een warenhuis — zoals de Hema kort na de tweede wereld oorlog ook heeft gedaan — een grote partij heeft laten drukken om deze voor een prikje in de filialen als aanbieding in te zetten. Anderzijds was deze firma ook toen al slim genoeg om er dan de eigen naam in te laten drukken, hetgeen ook toen al gebruikelijk was. Een andere mogelijkheid, onder nog zoveel meer, is dat boekje als premie bij een abonnement op dag- of weekblad werd verstrekt, maar ook dan verwacht je dat zulks ergens in het boek wordt vermeld, al is het ook wel gebeurd — en dat heb ik in mijn eigen boekhandels- en uitgeversperiode meer dan eens meegemaakt — dat men restpartijen opkocht om de te winnen cliënt voor weinig kosten toch iets aantrekkelijks te bieden.
En ook al vinden we nu wellicht dat de keuze van papier en de redactionele afwerking niet tot in details op de juiste wijze zijn afgewerkt, we mogen niet vergeten dat een eeuw geleden — dus in een tijd dat zoiets niet aan de orde van de dag was en er veel minder mensen waren die zich boeken als product konden veroorloeven — zo'n boek als een apart geschenk werd beschouwd. Gebonden noemt men dikwijls de versie waarin het boekje zich aandient, doch nadere beschouwing leert dat de katerns zijn geniet in plaats van gebonden.
Hoewel er op de titelpagina wordt gerept van Allerlei sprookjes en vertellingen, bedraagt het totale aantal opgenomen verhalen zes en is de omvang van het boekje beperkt tot tachtig pagina's. Misschien zijn er zelfs wel meer deeltjes gevolgd. Wie zal het zeggen?

woensdag 15 oktober 2008

De bijzondere tekeningen van de Londense fin de siècle artiest Fred Pegram


Voor twee andere cartoons van dezelfde tekenaar uit het 13 breedte-afbeeldingen tellende boek The Man Who wishes He had not Married, kunt u, met enkele nadere gegevens, vinden in onze bijdrage van gisteren op de zustersite Bijzondere Boeken.

zondag 21 september 2008

Drie voorbeelden van dameskleding in de laatste decennia van de negentiende eeuw (3)

En hier ziet u dan het derde drietal dameskostuums uit de tijd die we als fin de siècle kwalificeren.
Dit derde trio jongedames wordt, evenals de beide drietallen in de voorafgaande artikelen, voornamelijk gekenschetst door de verschillen in kleuren. Alleen zal men in die tijd de dames op zo'n ideale wijze bijeen hebben gezien op een georganiseerde bijeenkomst, en anders verspreid in het mêlee van de daartoe passende straattaferelen.

Het linkse ensemble omgeeft een wel heel lange, slanke jongedame. Die indruk wordt gesuggereerd door het geheel en evenzeer door het zogeheten corset sans ventre. De blouse is voorzien van een opbollend borstgedeelte, daar overheen draagt de dame een zogeheten Figarojakje. De staande boord daarvan wordt in model gehouden door baleinen. De hoed werd geassocieerd met een wagenwiel en trok zeker de aandacht als een soort kleine daktuin.

De hoed van de middelste dame was al even gezocht als de bloementuin van mevrouw 1. Haar kleed is voorzien van een guipure; een pelsje in stolavorm completeert het geheel. Dat pelsje is aan haar linkerarm over de pols gedrapeerd en wordt rechts in d ehand gehouden.

De sportief geklede vrouwe geheel rechts draagt een kostuum in de zogenoemde Gibson-stijl. Aangezien ze een tennisracket vasthoudt, mag het geen verbazing wekken dat de rok vrij wijd is. Een simpel gehouden blouse en dito hoedje — een canotier — completeren het geheel.

vrijdag 19 september 2008

De boekjesreeks Zilveren Verpoozingen

Kleurrijke reeks
De reeks kleine, gebonden boekjes Zilveren Verpoozingen, die we in onze vorige
bijdrage — over een bundeltje met verhaaltjes van het schrijverspaar Scharten-Antink — al even noemden, blijkt nu bijna een eeuw geleden al aardig te zijn ingekleurd qua thematiek.
Op de laatste bedrukte bladzijde van het opgemelde boekje met zes vertellingen staat een lijst met twintig andere titels, die in dezelfde reeks zijn verschenen. De daarin voorkomende auteurs beperken zich niet tot ons eigen taalgebied: onder de internationaal befaamde namen treffen we die van Hans Holbein aan, die met zijn Doodendans — met bijschriften van Theun de Vries — is vertegenwoordigd, en de Noorse dramaschrijver Henrik Ibsen, wiens Peer Gynt in de serie is opgenomen. Romancière Ina Boudier Bakker (1875-1966) en de ijveraar voor een zuiver taalgebruik Charivarius (1870-1946) [1] zijn Nederlandse schrijvers, die toen volop in de belangstelling stonden, maar nu onder de jeugd niet bepaald grote faam genieten, zijn in die lijst beiden eveneens met elk één titel vertegenwoordigd. De Vlaamse auteur Felix Timmermans (1886-1947) nam in die eerste reeks een vooraanstaande plaats in met maar liefst vijf titels, althans op dat moment; het kunnen er later nog meer geworden zijn.
Overigens kwamen daarin ook enkele, in ieder geval voor ons, onbekende namen voor, maar dat komt wellicht doordat ze buiten het ruime gebied van de schone letteren vallen, hetgeen sommige van de bij die mensen behorende titels zouden doen vermoeden. Ene C.A. van der Gen is met twee uitgaafjes aanwezig: Zomerbloemen, en ook dat kan nog van alles zijn: roman, verhalen, gedichten, maar, veel waarschijnlijker, een bundel over de natuur; en die gedachte wordt kracht bijgezet door de tweede titel van deze auteur: Langs wegen en dijken. Eveneens met twee titels komt mevrouw J.M. IJssel de Schepper-Bekker voor; titels, die weliswaar beide tot de verbeelding spreken, maar ook al in meer dan één rubriek zouden kunnen vallen: Het laatste stadium — gezien de tijd waarin dat boekje in de reeks is verschenen, is het niet realistisch te denken aan eventuele voorbereidingen voor stervenshulp — en Wat niet mag.
Wat zeker niet mag, is zonder nadere kennis, en eventueel in te winnen informatie, denigrerend te doen over sommige titels, die wellicht enige prikkelingen in de lachspieren zouden kunnen veroorzaken.



Serendipiteit (8) — Verhalen van C. en M. Scharten-Antink


Vertellingen van toen
Tussen de inmiddels opnieuw ruim aangevulde stapels opruimingsboeken in Antiquariaat Isis in de enige stad van ons hele land die je als Stad mag schrijven, vond ik gisteren een boekje waarvan het bestaan wel kende, maar de uitvoering niet, doch wel de reeks [1] waarin het in 1918 voor het eerst, en relatief kort daarna voor de tweede keer is verschenen: Het bekertje van Valentijn en andere vertellingen. Die vertellingen zijn coproducties van het echtpaar Carel Scharten (1878-1950) en Margo Antink (1869-1957).
Het betreft hier de serie kleine gebonden boekjes — op het formaat 10,4 cm breed en 15,1 cm hoog — met de titel Zilveren Verpoozingen en de toevoeging Een Keur van Kunst en Letteren. De uitgever was P.N. van Kampen en Zoon te Amsterdam.
In mijn jeugd heb ik tal van boeken van deze auteurs afzonderlijk en als echtpaar samen, gelezen, die echter vanaf de jaren zestig steeds moeilijker aan de man te brengen waren. Ik had dit boekje dat een beschadigde rug had — inderdaad had; die heb ik snel kunnen repareren — een dag eerder laten liggen, maar de ornamentiek, met Jugendstil-elementen op het voorplat, won het gisteren van mijn idee dat ik reeds voldoende literatuur van die beiden in mijn privé-bibliotheek heb.
Via het internet wordt dit boekje vrij veel aangeboden, voor prijzen die variëren van drie tot tien euro, en ik zag zelfs een exemplaar waarop kan worden geboden. En dat is dan een aardige bijkomstigheid voor eventueel geïnteresseerden.
__________

[1] Daarover meer in een separate bijdrage op dit net, één dezer dagen.
____________
Afbeeldingen
1. Titel en ornament op de voorzijde van het boekje met Verhaaltjes van het echtpaar Carel en Margo Scharten-Antink, voor het eerst verschenen in 1918. De tweede druk volgde binnen enkele jaren.
2. De Schartens bespreken een bijzonderheid bij het corrigeren van Littoria (1935), een boek van Margo Scharten-Antink. Foto genomen te Florence, door Barsotti. (DBNL — Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren.)