zondag 4 december 2011

Words and music over Vier Temperamenten zonder de Tweede Symfonie van Carl Nielsen

De Deense grootmeester 
der muziek: Carl Nielsen.
Hedenavond wordt door de Britse cultuurzender BBC Radio 3 weer ─ want zoals gebruikelijk op de zondagavond ─ een aflevering uitgezonden van het programma Words and music, waarin aandacht wordt besteed aan één thema ─ deze keer is dat Vier Temperamenten ─ en daarbij worden, meestentijds door een man en een vrouw, voordrachten gehouden. Ook dat geschiedt op zondag 4 december net als anders. Joe Dunlop en Joanne Tope zijn degenen, die letterlijk aan het woord komen.

Qua letteren hebben zij gekozen uit teksten van Engelse dichters, die de laatste zeven eeuwen hebben geleefd. Voor de muziek is eveneens voornamelijk gekozen voor stukken van Engelse componisten, met daarnaast de Grootmeester van de negentiende Oostenrijkse muziek, die de onsterfelijkheid heeft weten te bereiken: Anton Bruckner (1824-1896).

Opvallend is echter, in deze context, dat de Deense componist Carl Nielsen (1865-1931) niet aan bod komt. Hij is de enige die een symfonie heeft gecomponeerd die als ondertitel De fir temperamenter draagt. Het heeft opusnummer 16 en werd gerealiseerd aan het begin van de twintigste eeuw, in de jaren 1901-1902. Daarin is op heldere wijze het verschil te horen tussen de vier bestaande temperamenten, die successievelijk worden voorgesteld in de respectieve delen: cholerisch; flegmatisch; melancholisch; sanguinisch.
Binnen enkele jaren heb ik die symfonie tweemaal gehoord: beide keren in Groningen. De eerste keer door het (toen nog) Noordelijk Filharmonisch Orkest onder leiding van de Noorse gastdirigent Per Dreier; enkele seizoenen daarna tijdens een concert door het Odense Symfonieorkest onder leiding van Borge Wagner. Dat Deense ensemble uit Groningens zusterstad in Denemarken maakte toen een tournee door ons land, met violiste Emmy Verhey.


zaterdag 3 december 2011

Op 3 december 1894 overleed de schrijver van Dr. Jekyll and Mr. Hyde

De grootste roem heeft de op 3 december 1894 overleden Robert Louis Balfour Stevenson vergaard met twee boeken: The Strange Case of Dr. Jeyll and Mr. Hyde (1886): voer voor psychologen, psychoanaltici en eventueel een heel team van voortreffelijkje psychiaters. De andere roman is Treasure Island (1883) [1], een boek vol spannende avonturen.
Hoewel de man daarmee in ieder geval tot op de huidige dan bekend gebleven is en van vooral Schateiland nog steeds weer hedrukken worden vervaardigd, is de filmwereld normaliter meer geïnteresseerd in de gekte van Jekyll and Hyde. Die dubbele naam is zelfs een gevleugeld woord geworden en wordt gebruikt om een persoon met twee gezichten aan te duiden. Het éne sympathiek en voorkomend, het andere boosaardig en destructief: variërend van aardig schizoïde tot en met compleet schizofreen tot in de derde macht. De veelzijdige schrijver ─ romans en verhalen, essays, dichter en auteur van reisboeken ─ werd op 13 november 1850 geboren.
Hoewel hij in een tijd leefde dat men een veel lagere levensverwachting hadden dan in de loop van de twintigste eeuw het geval was, en die nog steeds stijgend is, werd Stevenson als gevolg van een ziekte slechts 44 jaar oud.
Diverse interessante aspecten van zijn leven kan men nalezen op de Nederlandse Wikipedia-pagina.
 

__________
[1] Uit correspondentie van de auteur weten we dat hij een andere, dus oorspronkelijke, titel voor dat boek in gedachten had: The Sea Cook, or Treasure Island: a Story for Boys. 
__________
Afbeeldingen
1. Fin de siècle ornament linksboven op het voorplat van de versie van The Black Arrow ─  A Tale of the Two Roses voor het eerst verschenen in 1888 ─ van uitgeverij Cassell and Company Ltd. van 1913. De eerste Britse editie is eveneens bij Cassell verschenen; de Amerikaanse bij Scribner's. Het verhaal dat tevens onder de titel zonder het lidwoord the voor Two Roses is uitgekomen, is in het Nederlands vertaald als De Bende van de Zwarte Pijl.
2. De van oorsprong Schotse schrijver Robert Louis Balfour Stevenson.

donderdag 1 december 2011

Een goedkoope uitgave van Drijvende Klompjes van Samuel Falkland voor een grijpstuiver

Hedenmiddag vond ik in één van de stapels met, talrijk toegevoegde, opruimingsboeken in een antiquariaat in mijn woonplaats het boek waarvan hiernaast alleen het tekstgedeelte van het voorplat is bijgevoegd: Drijvende klompjes van Samuel Fakland ─ dat is Herman Heijermans (1864-1924). Het gaat daarbij om een herdruk van De eerste kleine Verschrikking uit de bundel Kleine Vreschrikkingen, zo laat de uitgever op de bladzijde tegenover het begin van het verhaal weten. Dat begint als volgt:

Ja, in zoover is het daaglijksch doen der dwaze lieden die den drang tot schrijven ondergaan, zonderling en vreemdsoortig, dat zij zelden of nooit de bewoogenheden van dichtbij, de ontroeringen van gister en vandaag voor hun littérair genoegen uitbuiten. Neem het bijna ondenkbaar geval dat een frisch-rondkijkend man, zonder ─ wat de lezer platweh stof noemt ─ zònder voorwerp van geestlijke genegenheid is, veronderstel dat hij door zorgen gejaagd voortbrengen móét, dat hij z'n vermoeid hoofd in de handen wringt, om er een onderwerp uit te persen ─ zo wellicht is de hypothese van hen die het uitingsgenot missen en de heuvelen en bergen welke enkelingen schiepen niet kennen ─ dan nòg zal hij de levensincidenten mijden, niet aanraken kùnnen, die 'm persoonlijk pijn hebben gedaan.

 Een mooie, barokke zin, die wel degelijk moet worden gelezen, om de 'gedachtensprongen' van de auteur te kunnen volgen.

__________
Afbeeldingen:
1. Tekstgedeelte op het voorplat van Drijvende Klompjes ─ tweede, goedkoope uitgave ─ verschen in 1909 bij C.A.J. van Dishoeck te Bussum.

2. Standbeeld voor Herman Heijermans van de hand van Joseph Mendes da Costa (1863-1939), in 1935 te Amsterdam geplaatst.

maandag 28 november 2011

Pirandello-roman uit 1904 in 1926 door Marcel L'Herbier in zwijgende film vereeuwigd


De twee jaar voor zijn overlijden met de Nobelprijs voor de Letteren (1934) onderscheiden Italiaanse auteur Luigi Pirandello (1867-1936)publiceerde in 1904 de roman Il fu Mattia Pascal, deze werd in 1926 verfilmd door de Franse regisseur Marcel L'Herbier (1888-1979). Gezien het jaartal zal het niemand verbazen dat het daarbij om een zogenoemde zwijgende film gaat.
Daarvoor heeft de regisseur de beschikking gehad over acteurs, die toen allen een grote naam droegen, doch van wie wij op het eerste gehoor de naam Michel Simon (1895-1975) herkennen.

Twee anderen, de actrice Marcelle Pradot (1901-1982) ─ die tevens mevrouw L'Herbier was ─ en de van oorsprong Russische Ivan Mozzhukhin (1889-1939).
Arte-televisie begint op de avond van maandag 28 november om 23:50 uur met de eenmalige uitzending van de rolprent.
__________

Afbeelding: De Italiaanse auteur en Nobelprijswinnaar Letteren (1934), Luigi Pirandello (1867-1936). Foto van onbekende herkomst.



zondag 27 november 2011

De Vlaamse dichter Guido Gezelle stierf in 1899 op 27 november. Hij is ook nog van deze tijd.

Guido Gezelle. Afbeelding van
een oude fotografie overgenomen.
Doordat het vandaag, 27 november, de sterfdag is van de Vlaamse dichter Guido Gezelle, wordt dat hier en daar even in een rubriek aangestipt. Het is alweer honderd en twaalf jaar geleden dat deze bijzondere Vlaming, zesenzestig jaar oud is overleden te Brugge, de plaats waar hij ook was geboren, en waar nu op het naar hem genoemde plein een standbeeld van Gezelle te vinden is.

Terugblik door Ab Visser in 1949
Ter gelegenheid van de vijftigste sterfdag, in 1949, heeft uitgeverij Born te Assen een monografie over de oude bard gepubliceerd onder de titel Guido Gezelle ─ Mens en dichter, van de hand van de Groninger schrijver Ab Visser. Die schrijft daarin onder meer de ware woorden:

Standbeeld voor Guido Gezelle
op het naar hem genoemde 

plein in zijn stad Brugge.
"Reeds in het herdenken van iemand schuilt een gevaar, namelijk de poging tot het in leven roepen van iets, dat eigenlijk dood is. Men kan geredelijk toegeven (en daarover zal nauwelijks enig meningsverschil bestaan), dat Gezelle belangrijk is als poëzievernieuwer in een tijd dat onze poëzie vastgelopen was in allerlei vormen van rhetoriek en dat hij aldus de grondlsg heeft gelegd voor onze moderne poëzie, maar impliceert dit alles dat hij ons nu nog aanspreekt? Niet alleen immers heeft er een evolutie plaatsgevonden in de poëzie van de laatste halve eeuw, maar ook op alle andere terreinen des levens hebben wij een evolutie kunnen constateren, zo ingrijpend, dat er als het ware een heel ander soort mensen gevormd is. Het is maar de vraag, wat verlangen wij van de poëzie. Als wij verlangen, dat zij een spiegel van de tijd, waarin wij leven is, dan vrees ik toch dat wij op een verkeerd spoor zijn, want uiteindelijk is het begrip tijd een fixie. (sic!) En het lijkt er dikwijls op dat dit verlangen, vooral in een tijd als deze, waarin wat vandaag nieuw is, morgen oud zal zijn." 
Goed gesproken, Ab Visser. Tweeënzestig jaar na dato zijn die woorden nog geldig. Dus: leve Guido Gezelle en ook delen uit de vele werken van zijn hand.
__________

Zie tevens onze bijdrage, heden gepubliceerd, eveneens naar aanleiding van de sterfdag van de dichter Guido Gezelle op onze zustersite Tempel der letteren. Tevens verwijzen we hier naar een reeks spreuken van Gezelle in onze bijdrage van vandaag op onze zustersite Tempel der Wijze Woorden. En op onze site Tempel der Dichtkunst hebben we heden Drie Kleengedichtjes opgenomen.

vrijdag 25 november 2011

Opera Zuid is op tournee met Katja Kabanova, een meesterwerk van Leoš Janáček

Scènefoto uit Katja Kabanova in de versie van Harry Kupfer, bij Opera Zuid.
Foto van Morten de Boer.
Sedert twee weken is Opera Zuid op tournee met de opera Katja Kabanova uit de periode 1920-1921, gecomponeerd door de Tsjechische meester van Leoš Janáček (1854-1928). Het libretto daarvoor heeft hij zelf geschreven, op basis van een toneelstuk Het onweer uit 1859, van de hand van de Russische auteur van voornamelijk drama's Aleksandr Ostrowski (1823-1886).
Opera Zuid heeft voor de regie de internationaal vermaarde Harry Kupfer aangetrokken.
Meer over de achtergronden van 
Janáčeks muziekdrama hebben we in een artikel van 12 oktober gepubliceerd op onze zustersite Tempel van het Muziektheater
De voorstelling wordt gezongen in het Tsjechisch en van Nederlandse boventitels voorzien.
__________
De speellijst van Katja Kabanova valt hier te raadplegen. Boven die gegevens vindt u tevens de rolverdeling en elk ander gewenst gegeven met betrekking tot deze voorstelling van Opera Zuid. Dat kunt u regelen door te scrollen in noordelijke richting.

woensdag 16 november 2011

Neerlands ooit geliefde schrijfster Carry van Bruggen stierf op deze dag in 1932

Eén van zestien kinderen
Net als haar broer Jacob Israël de Haan (1881-1924) ─ die op één dag na een jaar later werd geboren ─ was Caroline Lea de dochter van een Joodse godsdienstonderwijzer te Zaandam, in een gezin met zestien kinderen. Ze was weliswaar in Smilde geboren, maar toen genoemde broer, op 31 december van hetzelfde jaar het levenslicht zag, woonde het gezin reeds in de Noord-Hollandse stad.
In 1900 werd ze onderwijzeres te Amsterdam, vier jaar later trad ze in het huwelijk met
de zeven jaar oudere
redacteur, journalist en romancier Kees van Bruggen (1874-19), met wie ze in Nederlands-Indië ging wonen. Drie jaar later keerde het echtpaar terug in Nederland, waar ze nog in hetzelfde jaar haar eerste boek publiceerde.
Het huwelijk met Kees van Bruggen werd in 1917 ontbonden; in 1920 hertrouwde ze met kunsthistoricus Adriaan Pit.

In het jaar daarvoor had ze haar standaardwerk gepubliceerd: Prometheus ─ een bijdrage tot het begrip der ontwikkeling van het Individualisme in de Literatuur, waardoor ze tot op de huidige dag meer bekendheid heeft gehouden dan met haar prozawerken. Haar andere essayistische boek, Hedendaags fetischisme, kritische beschouwingen over taal- en taalkunde is buiten vakkringen ook niet echt meer een gezocht boek.

Nederlandse Virginia Woolf
Sommigen zagen Carry van Bruggen in die beginjaren van de twintigste eeuw als de Nederlandse Virginia Woolf, mede doordat ze zich uitte met betrekking tot het vrouwenvraagstuk, in Heleen ─ een vroege winter, uit 1913, dat sterk autobiografische trekken vertoont. In het overige proza dat tegenwoordig heel wat minder belangstelling ondervindt ─ een lot dat talloos veel boeken van mannelijke en vrouwelijke collega's van deze schrijfster delen ─, al is daarin veel te vinden over haar eigen jeugd en jongere jaren.
In Het Huisje aan de Sloot uit 1921 krijgt de lezer een uitstekend beeld van de situatie waarin ze als jong kind en adolescente leefde, alsmede van het maatschappelijk gebeuren.
Vier Jaargetijden is verschenen in een reeks Kleine romans van uitgeverij Em. Querido te Amsterdam. Aan de achterzijde van de titelpagina staat: "Aan de nagedachtenis van mijn broer Jacob Israël de Haan, gestorven in Jeruzalem op 30 juni 1924."

In een reeks kleinere, soepel in linnen gebonden boekjes van dezelfde uitgeverij is in 1926 van Carry van Bruggen de bundel Tirol verschenen. Tal van proza-uitingen van deze schrijfster zijn eveneens herdrukt. In de jaren zeventig en tachtig van de achter ons liggende eeuw zijn nog diverse van haar werken opnieuw uitgegeven, onder meer in een speciale Prisma-reeks van uitgeverij Het Spectrum te Utrecht. Die zien we tegenwoordig veelvuldig op boekenmarkten, in kringloopwinkels en in kratten voor de etalages van antiquariaten, voor prijzen vanaf 50 cent.

Een Kunstenaar

Iets anders lag dat, in ieder geval tot voor kort, met de roman Een Kunstenaar, die in hetzelfde jaar als het Huisje aan de Sloot is uitgekomen (1921), maar bij uitgeverij Nijgh en Van Ditmar te Rotterdam, onder het pseudoniem Justine Abbingi. In de kringloop vond ik het weliswaar enkele jaren geleden voor één euro, maar op het schutblad stond nog de prijs van 25 gulden, met de toevoeging "Band zeer matig".
Tot in het jaar van overlijden heeft Carry van bruggen gepubliceerd, al werd ze vanaf 1928 regelmatig enige tijd opgenomen in een verpleeghuis vanwege depressies. Ze overleed aan een overdosis slaapmiddelen, maar doordat ze die langdurig en veelvuldig innam, was de conclusie dat ze zelf een einde aan haar leven heeft gemaakt, voorbarig.

Sedert 1997 staat er een bronzen beeld ter nagedachtenis van Carry van Bruggen in de spoorbuurt van Zaandam, vervaardigd door Helene Frik, voorstellende een boekenkast met haar werken.